André als sportman en trainer
“Ik ben 27 jaar en een jaar of tien bezig met lopen, waarvan nu twee jaar bezig met ultraloop(training)”. Zo stelde André zich 12 jaar geleden voor aan de andere ultralopers, in een artikel over ultratraining voor het blad “Marathon Plus”. Uit dat stuk bleek dat hij in staat was om trainingsprincipes helder uit te leggen, maar ook dat hij daar tegelijkertijd een relativerende kijk op had. “Ieder mens is verschillend, en ik geloof daarom niet in een algemeen geldend trainingsschema. Wat voor atleet A een goede training is, kan voor atleet B te zwaar zijn.”
Voor zijn eigen training vond hij plezier ook belangrijker dan het trouw volgen van strakke schema’s: “Ik hanteer geen strak trainingsschema… Ik besef dat het geen optimale manier is om snel tot goede prestaties te komen, maar ik heb op deze wijze het meeste loopplezier… De juiste manier van lopen is een zoektocht, die het ultralopen voor mij boeiend maakt.”
Typerend voor André was ook de belangstelling voor ongrijpbare factoren die prestaties geweldig kunnen beïnvloeden. Dat illustreerde hij met een voorbeeld uit eigen ervaring: “Mijn eerste ultraloop (60 km) liep ik met geringe voorbereiding, maar ik werd een week voor de wedstrijd verliefd. Tijdens de wedstrijd heb ik het geen moment zwaar gehad….”
De allereerste uitslag die van André in de database van UltraNed staat is de Zestig van Texel 1997. Hij werd negende in 4.40.30, en liet enkele grote namen als Karl Graf en Henk Mentink achter zich.

André bezig met het beklimmen van de Slufter (Texel 1997)
In zijn zoektocht van het lopen boorde hij steeds nieuwe informatie aan, of probeerde hij weer eens een andere aanpak uit. Zo kwam hij begin 2006 bij Ann Lens terecht, aanvankelijk met de bedoeling om sneller op de 10 km te worden. Dat doel werd weliswaar bereikt, maar tijdens dat trainingsproces kwam André er wel achter dat hij zich minder happy voelde in strakke schema’s, en niet zonder zijn lange zwerftrainingen kon. Die geliefde zwerftrainingen waren wel goed in te passen in een voorbereiding op lange trails als Olne-Spa-Olne en de Swiss Alpine Marathon (78km). Ook leerde hij bij Ann het belang van versterkende oefeningen kennen.

André en Ann Lens (zijn trainster) tijdens de 4-daagse 2007
André was voortdurend op zoek naar verbetering, en analyseerde zijn eigen wedstrijden graag. Vooral de laatste jaren durfde hij weer ambitieuze doelstellingen te formuleren. Olne-Spa-Olne was daarbij een belangrijk piekmoment. In 2006 deden er enkele sterke Nederlandse lopers mee (zoals Jo Schoonbroodt, Jan-Albert Lantink en Jan Nabuurs), en hoopte André zich een beetje in die strijd tussen landgenoten te kunnen mengen. Daar slaagde hij aardig in, want hij werd tweede Nederlander, op 9 minuten van Jo Schoonbroodt. André had genoten van het zware modderige parcours, en wist meteen waar zijn tekortkomingen lagen: “Met name in de technische afdalingen verloor ik veel tijd t.o.v. de specialisten”. Een jaar later was hij naar eigen gevoel nog beter voorbereid, maar hij kreeg niet de kans dat ook aan te tonen. Plotselinge ziekte in het gezin deed hem besluiten thuis te blijven. Het tekent André als family man dat hij daarover met een stralende lach kon vertellen, zonder een spoor van frustratie.

André op het podium bij de Trail des Hautes Fagnes (27 september 2008)
In 2008 specialiseerde hij zich nog meer op het traillopen: 90% van zijn training deed hij op onverharde ondergrond. Het nadenken over sterke en zwakke punten deed hem besluiten de trainingen eens geheel anders aan te pakken. In het gebied van de Utrechtse Heuvelrug ging hij bij de vele klimmetjes niet meer zoals in voorgaande jaren intensief omhoog en rustig naar beneden. Nu zocht hij bewust de meest technische afdalingen op, om dan juist op tempo naar beneden te gaan. Dat specifiek oefenen op het dalen wierp zijn vruchten af. Bij Olne-Spa-Olne in november 2008 haalde hij het podium met een uitstekende derde plaats. Op een zwaar en modderig parcours was zijn tijd precies één seconde sneller dan die van Jan van der Marel in het jaar ervoor.
Voor André betekende dit resultaat een geweldige opsteker. Omdat hij nog heel wat “verbeterpuntjes” zag, was hij ervan overtuigd dat hij nog duidelijk beter kon worden. Dat zou betekenen dat hij bij internationale traillopen tot goede klasseringen moest kunnen komen. Hij begon enthousiast aan een planning voor 2009, waarin hij in ieder geval La Bouillonante wilde doen. En op termijn wilde hij zich weer aan de echt lange wedstrijden wagen, tot dan toe niet zijn sterkste onderdeel. Ambitieus stelde André dat hij die lange trails op hetzelfde niveau wilde lopen als zijn laatste Olne-Spa-Olne, er meteen nuchter aan toe voegend: “Maar dat eerst maar een paar keer proberen te bevestigen op de wat kortere ultratrails”.

André na zijn laatste wedstrijdloop, de Driebergenloop op 7 maart 2009
Als onderdeel van zijn trainingsprogramma liep André op 7 maart 2009 de halve marathon van de Driebergenloop. Hij werd daarin tweede met een tijd van 1.21.25. Het zou zijn laatste wedstrijdloop zijn. Op 12 april 2009 overleed hij thuis in zijn slaap, op een moment dat honderden ultralopers op Texel bij elkaar waren voor de mooiste ultraloop van ons land, en precies veertien dagen voor La Bouillonnante, waar hij zo naar uit had gezien.
Deze pagina heeft de volgende subpagina's.


